Vrouwenweekend in Brussel
- 2 feb 2017
- 3 minuten om te lezen

Afgelopen weekend was het weer zo ver: vrouwenweekend! U weet het, allerliefste lezer, het werk van een columniste stopt nooit dus terwijl ik die meerdaagse aan het beleven was, frappeerden mij een aantal zaken die ik graag eens aan u zou voorleggen.
Brussel (want dat was de locatie) is op geen enkel vlak een ‘hellhole’ zoals bepaalde presidentskandidaten het wel eens plachten te beschrijven. Nu zou al hetgeen wat bovengenoemde kandidaat uitstoot sowieso met de allergrootste scepsis aanhoord moeten worden maar die uitspraak slaat werkelijk nergens op. Sterker nog, ik zou best in Brussel willen wonen. En daarmee hebben we dat misverstand ook weer de wereld uitgeholpen.
Rijden NAAR Brussel vind ik geen probleem (u weet het, trouwe lezer, ik hou wel van een ontspannen ritje op tijd en stond) maar rijden IN Brussel op het spitsuur is nog net iets anders. Als plattelandsmeisje komt het doolhof van ringen en straten en kruispunten en tunnels dat Brussel vormt, eerder overweldigend over. Het plan was om de auto in de dichtstbijzijnde ondergrondse parking te stallen gedurende 48 uur. Een strak plan en briljant in zijn eenvoud. Het enige waar ik rekening mee diende te houden was dat de garage minstens 2 meter hoog was, anders zou mijn dierbare Discovery er niet in kunnen. Dit gezegd zijnde: ik reed de Rogier parking blijgemoed binnen. Er stond geen hoogte-aanwijzing dus ik dacht: ‘Kom, we proberen dat’. Eens binnen zagen we een balk met daarop een stopteken dat zei: ‘1.90m’. Dat wil dus zeggen: enkel auto’s kleiner dan 1m90 mogen hier binnen rijden. Ik wéét dat. Net zoals ik wéét dat mijn auto hoger dan 1m90 is. Dus wat dacht ik bij mezelf: ‘Kom, we proberen dat’. Weet u waarom ik dat dacht? Omdat ik achterlijk ben, daarom. Dus ik rijd –heel voorzichtig- onder de balk en hoor terstond een afgrijselijk getsjierp van metaal op metaal. ‘Ho!’, dacht ik toen heel snugger, ‘dit is geen goed idee. Achteruit dus maar’. Waarop ik mijn auto voorzichtig van onder de balk probeer te manoevreren en aldoende die ijzeren staaf uit zijn hengels lift waarop het hele gevaarte naar beneden kletst en springbal-gewijs een dansje doet op mijn dak, mijn voorruit en mijn motorkap. Doing, doing… doing. Bij iedere ‘doing’, slaken mijn vriendin en ik een bijhorend kreetje: ‘Oh! OOOH!! OOOOOHHH!!! Samengevat komt het hierop neer: een deuk in mijn motorkap, een barst in mijn ruit en een video van twee meisjes in een parkeergarage die uit een jeep springen en een rood-witte balk terug in zijn hengsels hijsen. Deze video zal u binnen hier en een dagje vermoedelijk kunnen bewonderen op YouTube onder de noemer: ‘Why women shouldn’t be driving large vehicles’.
Ik verwees nu wel naar mezelf als ‘een meisje’ in voorgaande paragraaf maar ik moet niemand iets wijs maken, zelfs in het gunstigste licht (een doka) kan ik niet meer voor een meisje doorgaan. En mocht ik zelf nog niet tot dat besef gekomen zijn, dan hebben de vriendelijke jongens van 22 die zaterdagavond praatje kwamen maken me daar wel aan herinnerd. Het begon allemaal hoopgevend: Een goed café. Een paar knappe, jonge mannen. Wat onschuldig geflirt. En toen de vraag: ‘T’as quel age? 25?’ Waarop wij het feit dat zij op safe speelden volkomen negeerden en volgens de regels begonnen giechelen. ‘Hihihih, 25? Hiihihii, non, 31’. Waarop zij, het moet gezegd, niet onmiddellijk weg renden maar nog even hun walging verborgen achter wat small talk. Tot we hen onderling hoorden verwijzen naar ons als ‘les vieilles’, iedereen een beetje gegeneerd lachte en zij uiteindelijk vertrokken naar één of ander hip feestje waarop wij, gezien onze bejaardenstatus, niet meer op zouden worden toegelaten. Mijn vriendinnen en ik gingen daarna het café weer binnen, zochten daar de oudste man en begonnen met hem een onderhoudende discussie over de verschillende tussen systeem-en gestalttherapie. Toen die (70 jaar oude) man na een halfuurtje een welgemikte uithaal naar mijn borsten deed, besloten we wijselijk om een, al bij al, geslaagd vrouwenweekend af te ronden.

Opmerkingen